Mevrouw praat bijna nooit meer ‘normaal’. Vaak roept ze maar wat – haar zoon, bij voorbeeld, of zoiets als ‘Kom je? Kom je dan?’ Mevrouw heeft net het ochtendritueel van wassen en aankleden achter de rug. Daar zitten ze dan, Mevrouw en aan weerskanten een verzorgende. Drie vrouwen uit verschillende werelddelen: een Ethiopiese, een Nederlandse en een Surinaams-Hindoestaanse. Ze rusten even uit, met een kopje thee.  

Opeens komt Mevrouw in beweging. Ze kijkt intens naar haar linker buurvrouw en dan naar de vrouw aan haar andere zijde. Dan zegt ze, ‘Iedereen om mij heen is zwart.’  

De twee vrouwen weten niet hoe ze moeten reageren en dan schieten ze allebei in de lach.